Er volgen 3 casussen van mantelzorgers. Hoe ziet hun leven er momenteel uit? Ogenschijnlijk een zorgsituatie zoals voor velen, alleen is er een missing link tussen hen.
- Tine is achter in de vijftig en heeft een echtgenoot bij wie dementie is vastgesteld. Zijn ziekte maakt hem onrustig en soms agressief tegen vreemde mensen in huis. De thuiszorg heeft haar werk neergelegd omdat hij tegen de medewerkers begon te schelden en hen wilde slaan. Tegenwoordig doet Tine naast haar werk alles zelf. De 20 uur per week die zij werkt, geven haar structuur en inkomen en afleiding, maar haar man kan eigenlijk niet meer alleen thuis zijn. Het blijkt niet te doen om professionele ondersteuning, iemand die kan omgaan met deze vorm van dementie, op korte termijn te vinden.
- De schoonmoeder van Margriet kwakkelt met haar gezondheid. Schoonmama wordt op gezette tijden door allerlei medisch specialisten op de polikliniek verwacht voor diverse onderzoeken. “Ach, Margriet, kind, wil jij niet meegaan? Ik kan het allemaal niet zo volgen in dat ziekenhuis, en jij hebt een auto….” En natuurlijk gaat Margriet mee. Ze heeft niet het hart om nee te zeggen. Maar ongemerkt gaat ze nu bijna elke week met haar schoonmoeder mee naar het ziekenhuis, want het lukt niet om afspraken op elkaar afgestemd te krijgen. De broers en zussen van haar man hebben geen tijd, en Anneke werkt maar 16 of 20 uur per week, die kan dit er wel bij doen. Blijkt dat de WMO-taxivoorziening er alleen is voor mensen die hun vervoer niet kunnen regelen. Schoonmoeder valt buiten de regeling, omdat Margriet kan rijden.
- Els heeft drie kinderen, pubers, en een man die goed verdient, maar voor zijn werk weken achter elkaar van huis is. De kinderen, en haar ouder wordende ouders plus schoonouders komen dan op haar schouders neer. Er is thuiszorg voor haar ouders aangevraagd, maar voorlopig staan zij nog op een wachtlijst. Els haar werk, 24 uur per week, valt haar steeds zwaarder. Soms voelt zij zich te moe om op te staan.
Tine, Margriet en Els zijn mantelzorgers.
Iedereen die het nieuws volgt, weet van de zorgen om de zorg. De snelle vergrijzing, te weinig personeel, nauwelijks plek in verzorgings-/verpleeghuizen maar tegelijkertijd heel veel oude en zieke mensen die verzorgd moeten worden. Nu, en in de toekomst nog veel meer. Dit alles maakt informele zorgverleners steeds belangrijker. Zoals de mantelzorgers, het sociale netwerk van familie en vrienden, en vrijwilligers. Zij zorgen voor continuïteit, veelal in zorg, ondersteuning, tijd en aandacht. Daarom wordt er ook binnen zorgorganisaties een dankbaar appèl gedaan op de handjes en tijd van mantelzorgers.
“Mantelzorgers zijn vaak dezelfde personen als de beroepskrachten”
De missing link
Maar wat in bovenstaande casussen niet erbij gezegd wordt, is dat de mantelzorgers vaak dezelfde personen zijn als de beroepskrachten. Vrouwen zijn veel vaker mantelzorger dan mannen. Dat geldt ook voor de vrouwen uit de voorbeelden. Ze werken alle drie in de zorg, met kleine contracten, opgesplitste roosters en lichamelijk zwaar werk. Het betaalt dan wel niet heel best, maar zij hebben enorm veel hart voor de patiënten/cliënten en vinden hun vak het mooiste van de wereld. En toch zitten ze alle drie met tranen in hun ogen bij hun leidinggevende. Omdat ze kraken onder de combinatie van professioneel en informeel zorg verlenen. Ze overwegen om maar te stoppen met hun werk.
Het is ergens wrang te ontdekken dat zij niet de flexibiliteit (kunnen) krijgen van hun werkgever om die combinatie praktisch werkbaar en duurzaam inzetbaar te maken. Vooral omdat de werkgever dezelfde is als de zorgaanbieder die óók een beroep doet op mantelzorgers, alleen zijn dat dan die van de cliënten.
Een beroep doen op mantelzorgers, daarbij aannemen dat zij hun tijd en inzet in jouw organisatie wel kunnen regelen op hun werk maar toch wegkijken van het feit dat de eigen medewerkers ook mantelzorg moeten verlenen op een andere plek. Het gebeurt echt. Flexibiliteit vragen maar geen flexibiliteit geven.
Het is een spiraal naar beneden. Om de mantelzorg te kunnen blijven verlenen, stoppen professionele krachten met hun werk, waardoor het beroep op de informele zorg alleen maar toeneemt.
Laten we samen zoeken naar een faire oplossing. Geen vicieuze cirkel, maar één die toekomstbestendig is. Laten we niet de weg van de minste weerstand kiezen en weer een nieuw blik mantelzorgers opentrekken zonder dat we hen op andere leefgebieden faciliteren als maatschappij. Vroeger stonden er nog genoeg van op voorraad. Nu staan er nog een paar blikken op de plank, naast de lege plek van de verzorgenden en verpleegkundigen.

—
Bron:
Foto: ANP www.anp.nl
Inhoudelijk: Home – Arts en Auto